Reflex Integratie Therapie RMTi
Als ongeboren en pasgeboren baby ontwikkelen we allerlei reflexen om te kunnen communiceren met de buitenwereld (veiligheid) en onze bewegingen te kunnen coördineren. Er worden dan neurologische verbindingen gemaakt doordat we bewegen. Van hier uit worden ook executieve functies verder ontwikkeld. Het is dus heel belangrijk om van jongs af aan vanuit diverse houdingen bewegingen na te streven. Vaak is de ene reflex een basis voor de volgende reflex.
Goed geïntegreerde reflexen zijn de bodem van onze ontwikkeling (zie afbeelding). Als dit niet of onvoldoende gebeurt, reageren we op relatief milde situaties met veel meer stress dan nodig en kunnen we met name coördinatieklachten ervaren. Denk aan problematiek omtrent oog-handcoördinatie, moeite met balans houden (letterlijk en figuurlijk), ADHD, scoliose, schrikreacties, moeilijk kunnen stilzitten, sluimerend gevoel van onveiligheid, tics, ga zo maar door.
Het herintegreren van reflexen via reflexintegratietherapie (het herstellen van neurologische verbindingen via beweging) zorgt voor veel meer balans en minder klachten, zowel fysiek als mentaal. Via simpele testen kunnen we achterhalen welke reflexen niet voldoende zijn geïntegreerd. Vervolgens via behandeling en enkele minuten per dag oefening voor thuis herstellen we disbalansen. De effecten kunnen enorm zijn, de oefeningen zijn simpel.
De methode waar ik mee werk heet RMTi (Rhythmic Movement Training international). Lees onderaan deze pagina meer over hoe de behandelingen eruit zien. Eerst vind je een uitgebreid overzicht van primaire reflexen.
Reflexen (reacties) die geïntegreerd (uitgedoofd) zouden moeten zijn
Fear Paralysis Reflex (FPR; ook wel Withdrawal Reflex; reflex in baarmoedertijd, voelen, verbinding)
Deze reflex gaat over lichaamsinformatie wanneer je veilig bent. Deze begint als bevriesreactie, een terugtrekking van het gehele lichaam en zou moeten door ontwikkelen in een beheerste vlucht of vecht reactie. Mogelijke klachten bij een niet goed ontwikkelde FPR zijn: paniekaanvallen, angst, oppervlakkige ademhaling, onzekerheid, negatief zelfbeeld, lage tolerantie voor stress, moeite met contact maken, sociaal-interactief onvaardig, slecht aanpassingsvermogen, autisme-achtig gedrag, eenzaamheid, verlegenheid, slaapproblematiek, behoefte aan structuur, moeite met verandering en prikkels, behoefte aan alleen zijn, duizeligheid, reisziekte, problemen met bloeddruk, bezig met goedkeuring van anderen, beïnvloedbaar, verlatingsangst, lichte aanraking lastig vinden, snel overweldigd voelen, bepaald eten vies vinden, moeite met oogcontact, perfectionisme, faalangst, negativiteit, obsessief compulsief gedrag. Deze reflex heeft veel te maken met veilig voelen, verbinding, reuk, smaak, kauwen, stijfheid in grove motoriek en last van knieën, schouders, enkels, heupen, nek. Deze ontwikkelt door in Moro.
Moro Reflex (ook wel infant-startle reflex; primitieve reflex, voelen, verbinding)
Deze reflex vormt de basis voor een goede vlucht of vecht reactie en hoort als vervolg op de FPR-reflex te integreren. Het gaat over beoordelingsvermogen, prikkelverwerking, veiligheid. In de eerste fase van deze reflex oefent de baby met het trekken van aandacht wanneer er een sensorische verandering plaatsvindt; dit is een symmetrische uitstrekkende reactie van de middellijn af naar de armen en benen, waarop een inademing volgt, en het huilen begint. In de tweede fase worden de armen en benen geleidelijk teruggebracht naar het lichaam, volgt de uitademing, en wordt de baby graag gekalmeerd. Het leert openen en sluiten, ook van de handen en voeten. Het gaat dus ook over ons ademhalingssysteem en het trainen van het zenuwstelsel hoe te filteren en te reageren op stress, prikkels, sensaties. Een baby moet voldoende kunnen oefenen met vastklampen en omarmd worden. Deze reflex is tevens van invloed op vele andere reflexen. Klachten die kunnen optreden: moeite met balans en coördinatie, reisziekte, slecht uithoudingsvermogen, snel vermoeid, neiging tot lage bloedsuikerspiegel, overgevoelig voor licht, geluid, aanraking, moeite met verwerken van geluid, moeite met bal vangen, slechte controle van impulsen, drang naar suiker, zwak immuunsysteem, astma / allergie, infecties, visuele issues, angstig, gestoord / afgeleid door plotseling of achtergrond geluid, op zoek naar bevestiging, gered / omarmd willen worden, eigen armen op je of om je heen, dominant / manipulatief gedrag, houden van routines en niet van veranderingen, veel praten, moeite met filteren, switchen tussen hyperactief en extreem vermoeid, nachtblindheid, bepaald eten vies vinden. Deze reflex vormt de basis voor een goede vlucht of vecht reactie (adult startle strauss reflex) en kan invloed hebben op heel veel lichaamsfuncties zoals evenwicht, horen, zien, aanraking, verbinding met andere mensen. Betrokken spiergroepen: nek/hals, armen, handen, benen.
Zoek en Zuig Reflex (primitieve reflex, overleven, instinct)
Deze coördineert het zoeken, ademen, en hoofd draaien en is belangrijk voor zuigen, slikken, ademen, kauwen, spraak, articulatie, gezichtsuitdrukkingen. Mogelijke klachten: spraakachterstand, moeite met kauwen / slikken, tong beweegt mee bij concentratie, zuigen op duim, vingers, kleding, moeite met kauwen met dichte mond, moeite met praten en aankijken tegelijkertijd, moeite met vruchtbaarheid / zwangerschap, menstruatieklachten, moeite met geven en volledig veilig voelen, kwijlen, gevoelig voor voedseltexturen, smaken. Betrokken spiergebied: hals, tong, kaken, diafragma, bekkenbodem.
Babkin en Palmar Reflex (primitieve reflexen, ratio)
Deze reflexen zijn belangrijk om mond, handen en voeten los van elkaar te kunnen openen en te leren omhelzen / loslaten. Het gaat over hand-mond connectie, wat belangrijk is voor eten en drinken, het ontwikkelen van spraak, taal, grijpen, schrijven, vangen, gooien, tekenen, communicatie. Deze reflex is ook belangrijk voor het vermogen om gezonde relaties en verbindingen te begrijpen en tot stand te brengen, vanuit vertrouwen, veiligheid en emotionele stabiliteit. Wanneer de handpalmen van een baby worden ingedrukt, openen de handen en de mond, en het hoofd buigt wat naar voren. Mogelijke uitdagingen behorend bij deze reflex: moeite met spraak en articulatie, gespannen vuisten, tics, tandenknarsen, kaak klemmen, moeite met schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid, mond beweegt mee met schrijven, veeleisend, vastklampen, dingen laten vallen, bestek gebruiken en pincetgreep gaan lastig, vingers lastig los van elkaar te gebruiken, mond hangt open, moeite met muziekinstrumenten, niet graag alleen, op zoek naar sociale acceptatie, moeite met vriendschappen, verzamelwoede, moeite met vertrouwen, op zoek naar aandacht, dikke huid naar anderen, dunne naar zichzelf. Ontwikkelt door in een goede bonding. Veelal betrokken spieren: handen, (onder)armen, kaken, tong, middenrif.
Infant Plantar Reflex en Babinski Reflex (primitieve reflexen, boven-onder respectievelijk links-rechts, emoties, ratio)
Deze werken samen om de voeten en tenen voor te bereiden om te gaan staan, om evenwicht te kunnen bewaren en om lichaamsbewustzijn te ontwikkelen. Bij druk op de bal van de voet krult een baby de tenen naar binnen en bij strijken langs de buitenkant spreiden de tenen en draait de voet naar binnen. Beide om samen balans te kunnen houden bij lopen, springen, etc. en ook om grenzen te kunnen aangeven. Ook is er een relatie te zien tussen handen en voeten (als de tenen krullen, krullen de vingers). Uitdagingen als deze reflexen niet goed zijn geïntegreerd: moeite met leren lopen, slechte balans, zwakke enkels, slechte motorische planning, op de tenen lopen, gemakkelijk voorover vallen, krultenen, vertraagde spraakontwikkeling, lage rugpijn, tenen stoten, struikelen, niet tegen kriebelen onder de voeten kunnen, stijve benen, scheenpijn, gaten in sokken bij grote teen, afgesleten zolen aan de buitenkant of binnenkant van je schoenen, platvoeten, hoge voetbogen. Ontwikkelen door in Tendon Guard. Veelal betrokken spieren: voeten, benen, tong!
ATNR (Asymmetrisch Tonische Nek Reflex; primitieve reflex, link-rechts werking, middellijn, ratio)
Wanneer je als baby je hoofd draait naar links, strekken de arm en het been van die kant uit, terwijl de andere kant buigt. Deze reflex is belangrijk voor het begrip dat we 2 armen en handen, 2 benen en voeten, 2 ogen en oren en 2 hersenhelften hebben en deze onafhankelijk van elkaar kunnen besturen en bewegen, en dus erg belangrijk voor het bewegingsapparaat. Heeft ook invloed op de ontwikkeling van gehoor en zicht. In de babytijd is het belangrijk om op de zij te liggen tijdens het voeden. Mogelijke klachten bij onvolledige integratie: moeite met kruislingse bewegingen, traag lopen, moeite met fietsen & kijken, slecht handschrift, hard drukken met schrijven, spullen laten vallen, moeite met schriftelijk uitdrukken en lezen (hoofd beweegt mee), spelling, grammatica, rekenen, moeite met symmetrie, lichte draaiing lijf naar 1 zijkant. Deze ontwikkelt door in hoofdrechting. Betrokken spiergebieden: ogen, nek, oren, biceps, triceps.
TLR (Tonische Labyrinth Reflex; primitieve reflex, voor-achter werking, overleven, instinct)
Belangrijk voor het lichaam om te begrijpen wat voor / achter en op / neer is. Het is de basis voor een goede lichaamshouding, balans en de basis voor diverse andere reflexen. Het is de reactie van een baby van het intrekken van armen en benen als hoofd en nek naar voren buigen en het uitstrekken van hoofd, nek, armen en benen als hoofd en nek naar achteren buigen. Mogelijke klachten bij geen / onvolledige integratie zijn: gebogen houding, lage spierspanning, zwakke nekspieren, reisziekte, moeite met diepteperceptie, moeite met balans en (rol)trap / open bruggen, neiging tot op tenen lopen, moeite met organiseren en sorteren, slecht tijdsbesef, moeite met begrijpend lezen, in handen leunend hoofd, stijve spieren en gewrichten, kromme schouders, schokkerig bewegen, geen zin in bewegen. Deze reflex ontwikkelt naar volgende reflexen: Landau, STNR, Tendon Guard. Veelal betrokken spiergebied: nek en hals maar ook verdere samenwerkingen tussen voor en achter (biceps/triceps, hamstrings/quadriceps, rugspieren/buikspieren).
Spinal Galant Reflex (primitieve reflex, voor-achter werking, overleven, instinct)
Deze reflex is belangrijk om het vermogen te creëren om van links naar rechts en andersom te bewegen en dit te begrijpen. Ook is deze reflex belangrijk voor stabiliteit in de onderrug en om de rug van voor naar achter te bewegen, en voor het gehoor. In de babytijd wordt deze reflex uitgelokt door aan 1 kant van de wervelkolom naar beneden te strijken; er komt dan een buigreactie naar die kant. Als beide kanten tegelijk worden gestimuleerd, buigt het bekken en worden blaas e.d. geleegd. Wanneer deze reflex later actief blijft, is stil zitten erg lastig, en leidt dit tot een stijve onderrug. Nog actief aan 1 kant kan leiden tot scoliose. Verdere mogelijke klachten: friemelen, wiebelen, hyperactief, rusteloos, moeite met focussen, slechte controle over de blaas, spastische dikke darm, prikkelbare darm syndroom, gehoorproblematiek, overdreven spraakzaam, slecht kortetermijngeheugen, kietelen voelt pijnlijk, last van strakke kleding, riemen en labels, bekkeninstabiliteit, beknelde zenuw onderrug of andere klachten aan de onderrug. Deze ontwikkelt door in Amphibian, hoofdrechting, Tendon Guard. Bij deze reflex zijn voornamelijk de spieren langs de wervelkolom en de rechte buikspieren betrokken.
Landau Reflex (overgangsreflex, overleven, instinct)
Deze reflex is belangrijk voor het ontstaan van de coördinatie tussen het boven- en onderlichaam en het voelen hoe het zich kan uitstrekken en buigen. Het gaat met name over de controle over de strekspieren van de nek, ruggengraat, armen en benen. Ook is deze reflex, door het optillen van het hoofd, belangrijk voor de ontwikkeling van het zicht. In de babytijd is het belangrijk om voldoende op de buik te liggen. Bij een actieve Landau reflex tilt iemand die de benen optilt, automatisch ook de armen op, of andersom. Mogelijke klachten bij onvolledige integratie: gespannen lichaamshouding, moeite met zwemmen (schoolslag), onhandig, overstrekken, slap bovenlichaam (met name rugspieren), aandachts-/ focusproblemen, problemen met evenwicht of ademhaling. Deze ontwikkelt door in Tendon Guard, STNR, hoofdrechting. Ook deze gaat met name over nek en hals en overige voor-achter samenwerkingen in buigen en strekken.
STNR (Symmetrische Tonische Nek Reflex; overgangsreflex, overleven, instinct)
Wanneer je als baby je hoofd naar voren buigt, buigen de spieren van het bovenlichaam, en strekken de spieren van het onderlichaam. Wanneer het hoofd naar achteren buigt, strekken de spieren van het bovenlichaam en buigen de spieren van het onderlichaam. De STNR is belangrijk voor het lichaam om alle dimensies te begrijpen; voor & achter, onder en boven, links en rechts, en meer, en het hoofd onafhankelijk van het lichaam te kunnen bewegen en zicht en gehoor hierbij mee te nemen. In de babytijd is heen en weer schommelen belangrijk en later kruipen. Mogelijke klachten bij onvolledige integratie: benen om stoelpoten heen vouwen, benen onder je op stoel, in W-zit zitten (op grond op onderbenen met voeten naar buiten onder je billen vandaan), slechte houding, nekspanning, hoofd in handen laten hangen, moeite met focussen ogen, slechte oog-handcoördinatie, slordig eten en schrijven, moeite met balsporten, instabiel heupgebied, moeite met zwemmen, ADD, ADHD. Deze reflex ontwikkelt door in lichaamscontrole en Tendon Guard. Deze gaat over voor en achter samenwerkingen, ogen, oren, core.
Reflexen die levenslang actief zijn
Amfibian Reflex (levenslange houdingsreflex)
De eerste primaire reflexen zijn mede de basis voor volgende reflexen. De Amfibian betreft echter een levenslange reflex en is de fundering voor het bewegingssysteem en zorgt ervoor dat knieën en heupen weten hoe zij moeten samenwerken. In de babytijd gaat een van de heupen omhoog en buigt de knie zodra het bekken omhoog gaat. Uitdagingen bij onvoldoende integratie: niet geïntegreerde reflexen ATNR / STNR / Spinal Galant, stijfheid, onhandigheid, niet kunnen omrollen, niet of te kort gekropen hebben, moeite met kruislingse bewegingen. Een goed geïntegreerde reflex zou moeten zorgen voor een goed lichaamsbewustzijn en goede lichaamscoördinatie. Dit betreft alle skeletspieren (grove motoriek).
Tendon Guard Reflex (TGR; levenslange vecht- of vluchtreactie)
Dit is een afweermechanisme dat wordt geactiveerd om de pezen en spieren te beschermen tegen te veel spanning wanneer het vecht of vluchtpatroon wordt geactiveerd. Onze lichaamshouding verandert dan: ruggengraat recht zich, ledematen worden geactiveerd, ogen gaan op scherp, adem wordt ingehouden, diafragma trekt samen, er is spanning in het lijf (spierpantser). Hormonaal gezien is er aanmaak en afscheiding van noradrenaline (voorbereiding om in actie te komen; gebeurt vaak niet en wordt vervangen door boosheid, schreeuwen, of afsluiten) en cortisol (om tot rust te komen en te stabiliseren; wat vaak niet gebeurt). Bijbehorende klachten: chronische stress, gespannen spieren, peesontsteking, frozen shoulder. Vaak zijn ritmische bewegingen nodig om te ontladen. Een goed geïntegreerde reflex zou moeten zorgen voor een goed filter en een passende reactie op stress. Gespannen spieren zitten vaak in heupen, benen, voeten, ruggengraat, nek en schouders.
Verder zijn er ook nog de hechtingsreflex en bondingreflex; deze zijn levenslang gezond actief mits meerdere voornoemde reflexen zijn geïntegreerd.
Hoe ziet een behandeling eruit?
Een eerste behandeling is gericht op het testen van de reflexen door het uitvoeren van meerdere vaak simpele oefeningen. Daarna werken we aan het herstellen van basisveiligheid via diverse passieve oefeningen. Als laatste nemen we oefeningen door, die je gedurende de volgende weken meerdere malen per week thuis gaat doen. Je krijgt deze op papier mee naar huis. Dit kost gemiddeld enkele minuten per dag. De oefeningen zijn in bijna altijd eenvoudig. Het is heel belangrijk dat je de oefeningen ritmisch en rustig uitvoert.
Tijdens de behandeling en het doen van de oefeningen wordt er spanning losgeweekt en worden er nieuwe neurale paden aangelegd. Er worden dus ook nieuwe mogelijkheden gecreëerd in je brein. En er worden extra afvalstoffen afgevoerd. Dit betekent extra water drinken en voldoende rust nemen voor dit proces. Concreet gezien kunnen er na een behandeling en na het doen van de oefeningen enkele tijdelijke na-effecten optreden. Dit is een teken dat er wordt gewerkt aan juist die dingen. Mogelijke symptomen: onrustige buik, winderigheid, misselijkheid, diarree, huiduitslag, verkoudheidsklachten, vermoeidheid, hoofdpijn, dromen (vooral over reptielen / zoogdieren), meer behoefte aan samenzijn, verzet in houding zoals veeleisend opstellen of ander tijdelijk 'opstandig' gedrag, of heftiger voelende emoties. Dit mag er zijn! Het betekent dat er een transformatie gaande is.
Tijdens vervolgbehandelingen evalueren we en werken we vooral aan het oefenen van nieuw huiswerk, meestal vier verschillende oefeningen, wat wederom enkele minuten per dag gaat kosten. In principe worden alle reflexen in een mix behandeld, omdat ze veelal aan elkaar zijn gerelateerd. Bij de laatste behandelingen testen we weer uitgebreider. Met 6 behandelingen zou alles geïntegreerd moeten zijn. Tussen de eerste en tweede behandeling zitten zo'n 3-4 weken, daarna kun je elke 2-3 weken komen. De 6e behandeling doen we pas enkele maanden later, om de puntjes op de 'i' te zetten. Bij voorkeur verwerken we ook een sessie Cranio Sacraal Therapie in een reflexintegratietraject, om lichaam en hoofd de ruimte (en soms beperking) te geven die het van oorsprong kent en wenst in met name gewrichten.
Pakket voor Reflex Integratie Therapie
6x Reflexintegratietherapie, 1x Cranio Sacraal Therapie