Reflex Integratie Therapie RMTi

Als ongeboren en pasgeboren baby ontwikkelen we allerlei reflexen om te kunnen communiceren met de buitenwereld (veiligheid) en onze bewegingen te coördineren. Er worden neurologische verbindingen gemaakt doordat we bewegen. Van hier uit worden ook executieve functies verder ontwikkeld. De diverse reflexen behoren te integreren tot volwassen functies in houding, cognitie en stressbeheersing. 

Goed geïntegreerde reflexen zijn de basis van onze ontwikkeling! (zie afbeelding). Als dit niet of onvoldoende gebeurt, reageren we op relatief milde situaties met veel meer stress dan nodig en kunnen we met name coördinatieklachten ervaren. Denk aan problematiek omtrent oog-handcoördinatie, moeite met balans houden (letterlijk en figuurlijk), ADHD, scoliose, schrikreacties, moeilijk kunnen stilzitten, sluimerend gevoel van onveiligheid, tics, spanningen, onrust, ga zo maar door.

Het herintegreren van reflexen via reflexintegratietherapie (het herstellen van neurologische verbindingen via beweging) zorgt voor veel meer balans en minder klachten, zowel fysiek als mentaal. Via simpele testen kunnen we achterhalen welke reflexen niet voldoende zijn geïntegreerd. Vervolgens via behandeling en gemiddeld enkele minuten per dag afwisselende oefeningen voor thuis herstellen we disbalansen. 

De methode waar ik mee werk heet RMTi (Rhythmic Movement Training international). Lees hieronder meer over hoe de behandelingen eruit zien. Een traject duurt minimaal 3 maanden en een reflex heeft 3-4 weken oefenen nodig om blijvend geïntegreerd te kunnen zijn; wel wordt er vaak aan meerdere reflexen tegelijk gewerkt. 

Slimme eerste stap: plan een kennismaking of intake via de Planner!



Hoe ziet een behandeling eruit?

Een eerste behandeling duurt 60 minuten en is gericht op het testen van reflexen door het uitvoeren van meerdere vaak simpele oefeningen en vooral door observatie vanuit mijn kant, in combinatie met een gesprek. Daarna werken we aan het herstellen van basisveiligheid via diverse passieve oefeningen. Als laatste nemen we oefeningen door, die je gedurende de volgende weken meerdere malen per week thuis gaat doen (of bij je kind gaat doen). Je krijgt deze op papier mee naar huis. Dit kost gemiddeld enkele minuten per dag. De oefeningen zijn in bijna altijd eenvoudig. Het is heel belangrijk dat je de oefeningen ritmisch en rustig uitvoert. Het gaat namelijk om het inprogrammeren van de beweging; het maken van verbindingen. Het gaat niet om rekken, het gaat niet om zo ver of zo goed mogelijk bewegen, het gaat ook niet om zo sterk mogelijk, je mag eigenlijk geen moeite hoeven doen (dit geeft juist stress).

Tijdens de behandeling en het doen van de oefeningen wordt er spanning losgeweekt en worden er nieuwe neurale paden aangelegd. Er worden dus ook nieuwe mogelijkheden gecreëerd in je brein. En er worden extra afvalstoffen afgevoerd. Dit betekent extra water drinken en voldoende rust nemen voor dit proces. Concreet gezien kunnen er na een behandeling en tijdens/na het doen van de oefeningen enkele tijdelijke effecten optreden. Dit is een teken dat er wordt gewerkt aan juist die dingen. Meestal zijn deze niet of zeer mild aanwezig. Mogelijke symptomen: onrustige buik, winderigheid, misselijkheid, diarree, huiduitslag, verkoudheidsklachten, vermoeidheid, hoofdpijn, dromen (vooral over reptielen / zoogdieren), meer behoefte aan samenzijn, verzet in houding zoals veeleisend opstellen of ander tijdelijk 'opstandig' gedrag, of heftiger voelende emoties. Dit mag er zijn! Het betekent dat er een transformatie gaande is. Andersom betekent het niet, dat er niet wordt gewerkt als je geen van deze effecten opmerkt.

Tijdens vervolgbehandelingen van 30 minuten evalueren we en werken we vooral aan het oefenen van nieuw huiswerk, meestal enkele verschillende oefeningen, wat wederom enkele minuten per dag gaat kosten. Meestal worden alle reflexen in een mix behandeld, omdat ze veelal aan elkaar zijn gerelateerd. Bij de laatste sessie testen we weer uitgebreider. Reken op ongeveer 6 sessies. Tussen de eerste en tweede behandeling zitten zo'n 4 weken, daarna kun je elke 3 weken komen. Bij voorkeur verwerken we ook minimaal één sessie Cranio Sacraal Therapie in een reflexintegratietraject, om lichaam en hoofd de ruimte (en soms beperking) te geven die het van oorsprong kent en wenst. Hierover adviseer ik jou graag in overleg.

Deze methode is geschikt voor zowel kinderen als volwassenen. Het ligt in de planning om trainingsmomenten te maken in small group vorm, plus online zelftraining aan te bieden. Wil je op de hoogte gehouden worden? Laat dit vooral weten!


Je hersenen, beweging en communicatie

In onderstaande afbeeldingen zie je verschillende hersengebieden waarvoor we door middel van beweging nieuwe neurologische (verbindende, communicerende) paden aanleggen en waarin je dus ook verbeterde functionaliteit kunt verwachten.


Pakketten met Reflex Integratie Therapie


Reflexen verder toegelicht


VEILIGHEID & STRESSREGULATIE: FPR - Moro - Tendon Guard

In je vroege ontwikkeling behoor je de ontwikkeling en integratie van deze reflexen in onderstaande volgorde te doorlopen. Integratie van een eerdere reflex is hierin een voorwaarde voor de volgende reflex.

 

FPR (Fear Paralysis Reflex): bevriezen, terugtrekken

Deze Angst Verlamming / Terugtrek Reflex gaat over lichaamsinformatie: wanneer ben je veilig. Deze begint als bevriesreactie, een terugtrekking van het gehele lichaam, en zou moeten doorontwikkelen in een gezonde vlucht- of vecht reactie via de Moro reflex in de levenslange Adult Startle Reflex.

Betrokken spieren & systemen

  • veilig voelen, kunnen reageren op stress
  • in/uit verbinding zijn/gaan
  • reuk, smaak, kauwen, verteren
  • grove motoriek; knieën, schouders, enkels, heupen, nek

Mogelijke klachten bij een niet goed ontwikkelde FPR

  • onzekerheid, verlegenheid, negatief zelfbeeld, faalangst, perfectionisme
  • paniek, angst, drift, oppervlakkige ademhaling, lage stresstolerantie, prikkelgevoelig, moeite met filteren, snel overweldigd, duizeligheid, reisziekte, problemen met bloeddruk
  • autisme-achtig gedrag, moeite met (oog)contact maken, sociaal-interactief onvaardig/onhandig, slecht aanpassingsvermogen, acteer-gedrag, behoefte aan structuur, moeite met verandering, pleasegedrag, beïnvloedbaar, verlatingsangst, overgevoelig voor lichte aanraking, moeite met uiten van gevoelens, obsessief-compulsief gedrag
  • stijfheid in knieën, schouders, enkels, heupen, nek
  • eenzaamheid, behoefte aan alleen zijn, jezelf onzichtbaar maken

 

Moro Reflex: vluchten / vechten

Deze reflex vormt de fysieke basis voor een goede vlucht- of vechtreactie en hoort als vervolg op de FPR te integreren. Deze traint het zenuwstelsel om te filteren, en te handelen bij mogelijke onraad.

In de eerste fase van deze reflex oefent de baby met het trekken van aandacht wanneer er een sensorische verandering plaatsvindt; dit is een symmetrische uitstrekkende reactie van de middellijn af naar de armen en benen, waarop een inademing volgt, en het huilen begint.

In de tweede fase worden de armen en benen geleidelijk teruggebracht naar het lichaam, volgt de uitademing, en wordt de baby graag gekalmeerd.

In de eerste 3 maanden is het fijn voor een baby om veel in deze houding door te brengen. Het leert openen en sluiten, ook van de handen en voeten. Het gaat dus ook over ons ademhalingssysteem en het trainen van het zenuwstelsel hoe te filteren en te reageren op stress, prikkels, sensaties. Een baby moet voldoende kunnen oefenen met vastklampen en omarmd worden. 

Betrokken spieren en systemen

  • beoordelingsvermogen, veiligheid, verbinding
  • prikkelverwerking, evenwicht, horen, zien, aanraking
  • nek, hals, armen, handen en benen

Klachten die kunnen optreden (deze lijken erg op FPR-klachten)

  • switchen tussen hyperactief en extreem vermoeid
  • moeite met balans en coördinatie, reisziekte, slechte controle van impulsen
  • slecht uithoudingsvermogen, nooit echt tevreden, zwak immuunsysteem, astma / allergie, infecties
  • overgevoelig voor licht, geluid, aanraking, moeite met verwerken van prikkels, angstig, snel afgeleid
  • moeite met bal vangen, visuele issues, nachtblindheid
  • neiging tot lage bloedsuikerspiegel, drang naar suiker, bepaald eten vies vinden
  • op zoek naar bevestiging, gered / omarmd willen worden, eigen armen op je of om je heen
  • dominant / manipulatief gedrag, veel praten
  • houden van routines en niet van veranderingen

Tendon Guard Reflex: levenslange reflex voor spierpantser, stressparaatheid

Indien bovenstaande reflexen (FPR en Moro) goed zijn geïntegreerd, is het mogelijk om op een gezonde manier te reageren op prikkels uit de omgeving. Een goed geïntegreerde reflex zou moeten zorgen voor een goed filter en een passende reactie op stress.

Deze levenslange reflex is een afweermechanisme dat wordt geactiveerd om de pezen en spieren te beschermen tegen te veel spanning wanneer het vecht- of vluchtpatroon wordt geactiveerd. Onze lichaamshouding verandert dan: de ruggengraat recht zich, de ledematen worden geactiveerd, de ogen gaan op scherp, de adem wordt ingehouden, het diafragma trekt samen, er is spanning in het lijf (spierpantser).

Hormonaal gezien is er aanmaak en afscheiding van noradrenaline (voorbereiding om in actie te komen) en cortisol (om vervolgens weer tot rust te komen en te stabiliseren). Het lijf komt dus eerst in paraatheid en kan daarna weer afschalen.

Bijbehorende spieren en systemen

  • alle spieren met relatie tot lichaamshouding, vluchten, vechten
  • stressregulatie

Mogelijke klachten indien onvoldoende geïntegreerd

  • boodheid, schreeuwen, afsluiten indien er 'gevaar' dreigt
  • chronische stress en dus niet meer tot rust kunnen komen
  • gespannen spieren in heupen, benen, voeten, wervelkolom, nek en schouders
  • peesontsteking, frozen shoulder

PAKKEN en ETEN: (verdere puntjes op de i in indeling plus foto's volgen)

 

Rooting en Suck Reflex (zoek en zuig; primitieve reflex, overleven, instinct)

Deze coördineren het zoeken, ademen, en hoofd draaien en zijn belangrijk voor zuigen, slikken, ademen, kauwen, spraak, articulatie, gezichtsuitdrukkingen. Wanneer aan de zijkant van de mond wordt gestreken, draait het hoofd naar die kant en opent de mond. Dit is de zoek reflex. Deze is het sterkst tot 2 uur na de geboorte. Voeden op behoefte in plaats van tijdschema wordt hiervoor aanbevolen. Wanneer het gezicht net boven de lip wordt aangeraakt, zorgt de zuigreflex ervoor dat er kan worden gegrepen en gedronken. Mogelijke klachten: spraakachterstand, moeite met kauwen / slikken, op tong of lip bijten, overgevoelig voor aanraking in het gezicht, jezelf niet durven geven in relaties en veilig voelen, wel snel in iemands ruimte komen, moeite met relaties met leeftijdgenoten, tong beweegt mee bij concentratie, zuigen op duim, vingers, pen, kleding, moeite met kauwen met dichte mond, moeite met praten en aankijken tegelijkertijd, moeite met voelen of je het warm of koud hebt, graag willen liggen, moeite met vruchtbaarheid / zwangerschap, menstruatieklachten, kwijlen, gevoelig voor voedseltexturen, smaken, moeite met geven en ontvangen (ook ten opzichte van jezelf), kluizenaar, perfectionist, slecht zelfbeeld. Betrokken spiergebied: hals, tong, kaken, diafragma, bekkenbodem.

Babkin Reflex (primitieve reflex, ratio)

Deze reflex is belangrijk om mond en handen los van elkaar te kunnen openen en te leren omhelzen / loslaten. Het gaat over hand-mond connectie, wat belangrijk is voor eten en drinken, het ontwikkelen van spraak, taal, grijpen, schrijven, vangen, gooien, tekenen, communicatie. Deze reflex is ook belangrijk voor het vermogen om gezonde relaties en verbindingen te begrijpen en tot stand te brengen, vanuit vertrouwen, veiligheid en emotionele stabiliteit. Wanneer de handpalmen van een baby worden ingedrukt, opent de mond, het hoofd buigt wat naar voren en de armen buigen. Mogelijke uitdagingen behorend bij deze reflex: moeite met spraak en articulatie, moeite met schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid, mond beweegt mee met schrijven, veeleisend,  mond hangt open, kwijlen, moeite met muziekinstrumenten, niet graag alleen, op zoek naar sociale acceptatie, moeite met vriendschappen, moeite met vertrouwen, verzamelwoede, vastklampen, moeite met incasseren en tegelijkertijd hard zijn voor anderen. Ontwikkelt door in een goede bonding. Veelal betrokken spieren: handen, (onder)armen, kaken, tong, middenrif.

Palmar Grasp en Optrek Reflex (primitieve reflex, ratio)

De Palmar Grasp reflex is ook belangrijk voor de hand-mond connectie en gezichtsuitdrukkingen. Deze reflex wordt geactiveerd, waneer er druk wordt uitgeoefend op de kussentjes van de handen dicht bij de vingers. De vingers sluiten zich dan. Deze reflex is belangrijk voor het ontwikkelen van spraak, taal, grijpen, schrijven, vangen, gooien, tekenen, communicatie. Mogelijke uitdagingen behorend bij deze reflex: moeite met spraak en articulatie, gespannen vuisten, tics, tandenknarsen, kaak klemmen, zwakke behendigheid om b.v. vingers en duim los van elkaar te bewegen, zwakke pengreep, zwakke spierspanning in handen, gevoelige handpalmen, vaak dingen laten vallen (want: lastig inschatten hoeveel kracht te zetten), met veel armbewegingen praten, bekkenpijn, rugpijn, pijn in schouders en nek, slechte spijsvertering, stotteren en stamelen, afzonderen, beetje geheimzinnig, niet volledig potentieel bereiken door onrealistisch zelfbeeld, depressieve gevoelens, communicatie tussen linker- en rechterhersenhelften gaat moeizamer en kan leiden tot verwarde communicatie. Ontwikkelt door in een goede bonding. Veelal betrokken spieren: handen, (onder)armen, kaken, tong, middenrif. De Optrek Reflex is actief als de polsen van een baby worden vastgepakt en de baby omhoog wordt getrokken; dit moet heel makkelijk gaan mede doordat de baby de armpjes dan zou moeten buigen. Uitdagingen hierbij: fijn-motorische vaardigheden, gevoelige handpalmen, moeite met bespelen van muziekinstrumenten, spanning in onderarmen / duimen, vingers kunnen niet los van elkaar bewegen.

Infant Plantar Reflex (Foot Grasp) en Babinski Reflex (primitieve reflexen, boven-onder respectievelijk links-rechts, emoties, ratio)

Deze werken samen om de voeten en tenen voor te bereiden om te gaan tijgeren, kruipen, staan en lopen, om evenwicht te kunnen bewaren en om lichaamsbewustzijn te ontwikkelen. Bij druk op de bal van de voet krult een baby de tenen naar binnen en bij strijken langs de buitenkant spreiden de tenen en draait de voet naar binnen. Beide om samen balans te kunnen houden bij lopen, springen, etc. en ook om grenzen te kunnen aangeven. Ook is er een relatie te zien tussen handen en voeten (als de tenen krullen, krullen de vingers). Uitdagingen als deze reflexen niet goed zijn geïntegreerd: moeite met leren lopen, slechte balans, zwakke enkels, slechte motorische planning, op de tenen lopen, gemakkelijk voorover vallen, krultenen, vertraagde spraakontwikkeling, moeite met aarden, moeite met snel reageren, lage rugpijn, tenen stoten, struikelen, niet tegen kriebelen onder de voeten kunnen, stijve benen, scheenpijn, gaten in sokken bij grote teen, afgesleten zolen aan de buitenkant of binnenkant van je schoenen, platvoeten, hoge voetbogen. Ontwikkelen door in Tendon Guard. Veelal betrokken spieren: voeten, benen, tong!

Spinal Perez en Vollmer Reflexen (houding)

Deze 2 reflexen samen zijn de basis voor de houding, vooral hoofdrechting. Mogelijke klachten: wriemelig, rusteloos, gevoelig voor labeltjes, moeite om prettig te zitten of staan, niet graag op de rug liggen of aangeraakt worden, zwakke spierspanning rug, moeite met auditieve verwerking (begrijpen wat iemand zegt), moeite als iemand achter je staat, niet met rug naar open ruimte of deur willen zitten, inflexibel, altijd gelijk willen hebben, bedplassen na vijfde levensjaar, op zoek naar steun, herkennen steun niet altijd, niet helemaal tevreden. Betrokken spieren: rug en nek.

ATNR (Asymmetrisch Tonische Nek Reflex; primitieve reflex, link-rechts werking, middellijn, ratio)

Wanneer je als baby je hoofd draait naar links, strekken de arm en het been van die kant uit, terwijl de andere kant buigt. Deze reflex is belangrijk voor het begrip dat we 2 armen en handen, 2 benen en voeten, 2 ogen en oren en 2 hersenhelften hebben en deze onafhankelijk van elkaar kunnen besturen en bewegen, en dus erg belangrijk voor het bewegingsapparaat. Heeft ook invloed op de ontwikkeling van gehoor en zicht. In de babytijd is het belangrijk om op de zij te liggen tijdens het voeden. Mogelijke klachten bij onvolledige integratie: moeite met kruislingse bewegingen, traag lopen, moeite met fietsen & kijken, slecht handschrift, hard drukken met schrijven, spullen laten vallen, moeite met schriftelijk uitdrukken en lezen (hoofd beweegt mee), spelling, grammatica, rekenen, moeite met symmetrie, lichte draaiing lijf naar 1 zijkant. Deze ontwikkelt door in hoofdrechting. Betrokken spiergebieden: ogen, nek, oren, biceps, triceps.

TLR (Tonische Labyrinth Reflex; primitieve reflex, voor-achter werking, overleven, instinct)

Belangrijk voor het lichaam om te begrijpen wat voor / achter en op / neer is. Het is de basis voor een goede lichaamshouding, balans en de basis voor diverse andere reflexen. Het is de reactie van een baby van het intrekken van armen en benen als hoofd en nek naar voren buigen en het uitstrekken van hoofd, nek, armen en benen als hoofd en nek naar achteren buigen. Mogelijke klachten bij geen / onvolledige integratie zijn: gebogen houding, lage spierspanning, zwakke nekspieren, reisziekte, moeite met diepteperceptie, moeite met balans en (rol)trap / open bruggen, neiging tot op tenen lopen, moeite met organiseren en sorteren, slecht tijdsbesef, moeite met begrijpend lezen, in handen leunend hoofd, stijve spieren en gewrichten, kromme schouders, schokkerig bewegen, geen zin in bewegen. Deze reflex ontwikkelt naar volgende reflexen: Landau, STNR, Tendon Guard. Veelal betrokken spiergebied: nek en hals maar ook verdere samenwerkingen tussen voor en achter (biceps/triceps, hamstrings/quadriceps, rugspieren/buikspieren).

Spinal Galant Reflex (primitieve reflex, voor-achter werking, overleven, instinct)

Deze reflex is belangrijk om het vermogen te creëren om van links naar rechts en andersom te bewegen en dit te begrijpen. Ook is deze reflex belangrijk voor stabiliteit in de onderrug en om de rug van voor naar achter te bewegen, en voor het gehoor. In de babytijd wordt deze reflex uitgelokt door aan 1 kant van de wervelkolom naar beneden te strijken; er komt dan een buigreactie naar die kant. Als beide kanten tegelijk worden gestimuleerd, buigt het bekken en worden blaas e.d. geleegd. Wanneer deze reflex later actief blijft, is stil zitten erg lastig, en leidt dit tot een stijve onderrug. Nog actief aan 1 kant kan leiden tot scoliose. Verdere mogelijke klachten: friemelen, wiebelen, hyperactief, rusteloos, moeite met focussen, slechte controle over de blaas, spastische dikke darm, prikkelbare darm syndroom, gehoorproblematiek, overdreven spraakzaam, slecht kortetermijngeheugen, kietelen voelt pijnlijk, last van strakke kleding, riemen en labels, bekkeninstabiliteit, beknelde zenuw onderrug of andere klachten aan de onderrug. Deze ontwikkelt door in Amphibian, hoofdrechting, Tendon Guard. Bij deze reflex zijn voornamelijk de spieren langs de wervelkolom en de rechte buikspieren betrokken.

Landau Reflex (overgangsreflex, overleven, instinct)

Deze reflex is belangrijk voor het ontstaan van de coördinatie tussen het boven- en onderlichaam en het voelen hoe het zich kan uitstrekken en buigen. Het gaat met name over de controle over de strekspieren van de nek, ruggengraat, armen en benen. Ook is deze reflex, door het optillen van het hoofd, belangrijk voor de ontwikkeling van het zicht. In de babytijd is het belangrijk om voldoende op de buik te liggen. Bij een actieve Landau reflex tilt iemand die de benen optilt, automatisch ook de armen op, of andersom. Mogelijke klachten bij onvolledige integratie: gespannen lichaamshouding, moeite met zwemmen (schoolslag), onhandig, overstrekken, slap bovenlichaam (met name rugspieren), aandachts-/ focusproblemen, problemen met evenwicht of ademhaling. Deze ontwikkelt door in Tendon Guard, STNR, hoofdrechting. Ook deze gaat met name over nek en hals en overige voor-achter samenwerkingen in buigen en strekken.

STNR (Symmetrische Tonische Nek Reflex; overgangsreflex, overleven, instinct)

Wanneer je als baby je hoofd naar voren buigt, buigen de spieren van het bovenlichaam, en strekken de spieren van het onderlichaam. Wanneer het hoofd naar achteren buigt, strekken de spieren van het bovenlichaam en buigen de spieren van het onderlichaam. De STNR is belangrijk voor het lichaam om alle dimensies te begrijpen; voor & achter, onder en boven, links en rechts, en meer, en het hoofd onafhankelijk van het lichaam te kunnen bewegen en zicht en gehoor hierbij mee te nemen. In de babytijd is heen en weer schommelen belangrijk en later kruipen. Mogelijke klachten bij onvolledige integratie: benen om stoelpoten heen vouwen, benen onder je op stoel, in W-zit zitten (op grond op onderbenen met voeten naar buiten onder je billen vandaan), slechte houding, nekspanning, hoofd in handen laten hangen, moeite met focussen ogen, slechte oog-handcoördinatie, slordig eten en schrijven, moeite met balsporten, instabiel heupgebied, moeite met zwemmen, ADD, ADHD. Deze reflex ontwikkelt door in lichaamscontrole en Tendon Guard. Deze gaat over voor en achter samenwerkingen, ogen, oren, core.


Reflexen die levenslang actief (horen te) zijn

Hoofd Rechting Reflex (levenslange houdingsreflex)

Deze volgt uit de TLR en ATNR en ontstaat als een baby 2-4 maanden oud is. Deze zou goed ontwikkeld moeten zijn tussen 6 en 8 maanden oud. Het gaat erom dat het hoofd opgericht in het midden kan blijven, ongeacht de positie van het lijf. Dit heeft dus ook te maken met evenwicht, zicht en gehoor. Mogelijke uitdagingen als deze reflex niet goed is geïntegreerd: lage spierspanning, zwakke houding (b.v. ondersteunen hoofd met handen), overmatige spanning in nek en schouders, ongecoördineerde bewegingen, moeite met ruimtelijk inzicht, struikelen, vergeetachtig, hoofd meebewegen met ogen, reisziekte, moeite met schakelen tussen veraf en dichtbij kijken, moeite met lezen, moeite met tijd, makkelijk afgeleid, moeite met netjes schrijven, moeite met kijken en luisteren tegelijkertijd. Deze ontwikkelt door in de STNR.

 Amfibian Reflex (levenslange houdingsreflex)

De eerste primaire reflexen zijn mede de basis voor volgende reflexen. De Amfibian betreft echter een levenslange reflex en is de fundering voor het bewegingssysteem en zorgt ervoor dat knieën en heupen weten hoe zij moeten samenwerken. In de babytijd gaat een van de heupen omhoog en buigt de knie zodra het bekken omhoog gaat. Uitdagingen bij onvoldoende integratie: niet geïntegreerde reflexen ATNR / STNR / Spinal Galant, stijfheid, onhandigheid, niet kunnen omrollen, niet of te kort gekropen hebben, moeite met kruislingse bewegingen. Een goed geïntegreerde reflex zou moeten zorgen voor een goed lichaamsbewustzijn en goede lichaamscoördinatie. Dit betreft alle skeletspieren (grove motoriek).

Tendon Guard Reflex (TGR; levenslange fysieke vecht- of vluchtreactie)

Dit is een afweermechanisme dat wordt geactiveerd om de pezen en spieren te beschermen tegen te veel spanning wanneer het vecht of vluchtpatroon wordt geactiveerd. Onze lichaamshouding verandert dan: ruggengraat recht zich, ledematen worden geactiveerd, ogen gaan op scherp, adem wordt ingehouden, diafragma trekt samen, er is spanning in het lijf (spierpantser). Hormonaal gezien is er aanmaak en afscheiding van noradrenaline (voorbereiding om in actie te komen; gebeurt vaak niet en wordt vervangen door boosheid, schreeuwen, of afsluiten) en cortisol (om tot rust te komen en te stabiliseren; wat vaak niet gebeurt). Bijbehorende klachten: chronische stress, gespannen spieren, peesontsteking, frozen shoulder. Vaak zijn ritmische bewegingen nodig om te ontladen. Een goed geïntegreerde reflex zou moeten zorgen voor een goed filter en een passende reactie op stress. Gespannen spieren zitten vaak in heupen, benen, voeten, ruggengraat, nek en schouders.

Verder zijn er ook nog de volwassen schrikreactie (adult startle), hechtingsreflex en bondingreflex; deze zijn levenslang gezond actief mits meerdere voornoemde reflexen zijn geïntegreerd.